Sinds enkele dagen heeft meneer Foppe in huis last van een technisch mankementje. Als hij zijn koelkast opent, floept namelijk het binnenlichtje niet meer automatisch aan. Zeker, met zo’n miniem kaduukje valt te leven, maar het is toch onhandig als je, alvorens een boodschappenlijstje op te stellen, de balans wilt opmaken van het nog voorradige eetbaars. Bakjes en pakjes in het achterste gedeelte van de ijskast moet je uit het donker naar voren trekken om de opschriften en houdbaarheidsdata te kunnen aflezen, waarbij je een pak melk dat vooraan staat al gauw omstoot.
Meneer Foppe liet de gedachte aan een gang naar een apparatenwinkel met de vraag naar een nieuw ijskastlampje meteen varen, zo zeker wist hij, dat de verkoper hem ten overstaan van alle klanten in de winkel in zijn gezicht zou uitlachen. Volkomen terecht, want wie vraagt er nu naar zoiets volstrekt belachelijks als een ijskastlampje. Was hij toch al niet toe aan een nieuwe ijskast?, overwoog meneer Foppe. Die oude bak had immers zijn langste tijd gehad. De verf rond de deurhendel was hier en daar afgebladderd en in het groentenvak stond al maanden een verontrustend plasje water.
Meneer Foppe draalde voor de ingang van de apparatenwinkel alvorens naar binnen te stappen. Op alle tv-schermen in de etalage was hetzelfde geluidloze kookprogramma te zien. ’Ik wil graag even rondkijken’, prentte hij zich zachtjes in.
Op de afdeling Witgoed stond een rij koelkasten opgesteld, beginnend bij piepkleine tafelmodelletjes en eindigend bij torenhoge glimmende bakbeesten. Meneer Foppe voelde de moed in zijn schoenen zinken.
‘Kan meneer vinden wat meneer zoekt?’, vroeg een jongeman met een gitzwart glimmend vet krullenkapsel, die blijkens het kaartje op zijn bruine bedrijfsoverhemd Anton heette. ’Ik wil graag even rondkijken’, zei meneer Foppe vlot. Fijn dat hij die zin nog eens had gerepeteerd. Of had hij moeten zeggen: ‘Ik wil graag even rondkijken, meneer Anton’? Maar de jongeman verblikte of verbloosde niet, zei: ‘Zoals meneer wenst’ en trok een mobiele telefoon uit zijn zak, waarna hij ingespannen op het schermpje ging staan turen.
Meneer Foppe vond in het midden van de rij ijskasten enkele exemplaren die op de zijne leken, maar moest tot zijn schrik constateren dat die rond de driehonderd euro kosten. Oei! Als hij nu zou moeten betalen zou zijn rekening misschien in het rood komen te staan; het pinapparaat van de winkel zou aangeven dat meneer Foppe over ‘onvoldoende saldo’ beschikte. Werd in zo’n geval de politie ingeschakeld?
En: oei! Hoe redde hij zich uit deze netelige situatie? Want nu diende zich een van de grootste problemen van meneer Foppe’s omgang met de middenstand aan. Het was meneer Foppe ten enen male onmogelijk een winkel te verlaten zonder iets te hebben gekocht. Nimmer zou hij een onbeschofte brutaliteit als: ‘Bedankt, meneer Anton, ik zal er nog ’s een nachtje over slapen’ uit zijn mond krijgen.
Meneer Anton stond nog steeds zijn mobieltje te bestuderen. Meneer Foppe zag kans aan het eind van de ijskastenrij ongezien achter de wasmachines langs, in gebukte houding richting uitgang te sluipen. In de buurt van de kassa rechtte meneer Foppe zijn rug en zag tot zijn opluchting een ontsnappingsmogelijkheid. Naast de kassabalie was, zoals vandaag de dag in elke winkel, een rekje opgesteld met zakjes paaseieren. Meneer Foppe pakte lukraak een zakje gouden eitjes en sloot zich achter de rij wachtenden aan.
Het duurde en duurde, want de klanten moesten grote dozen met ingewikkelde apparaten afrekenen, waarbij zij uitvoerig werden voorgelicht door - las meneer Foppe op de bruine overhemden - meneer Raymond, meneer Bertold en meneer Eddie.
‘Is dit alles?’, vroeg meneer Raymond verbaasd lacherig toen meneer Foppe eindelijk aan de beurt was. ’Eh… ja, excuses…’, prevelde meneer Foppe, waarna hij de precies afgepaste, in zijn rechterhand geklemde één euro en negenennegentig cent op de toonbank legde.
Thuis borg hij het zakje eitjes in de donkere ijskast. In de veilige beslotenheid van zijn appartement had meneer Foppe meteen zijn goede humeur teruggekregen. Ha! Het was nog lang geen Pasen, maar wat hem betreft mochten de Paaseitjes uitverkocht raken. Kwa eitjes zat hij nu al goed.
(Eerder gepubliceerd op Bieslog, niet opgenomen in nieuwe boek.)